THE CENSORED CENSOR

JAN VERHAEGHE

L'ORIGINE DU MONDE, EEN OBJECT CENSURÉ VAN JAN VERHAEGHE

_Hans Eneman

 

Jan Verhaeghe is een oeuvre- kunstenaar, niet iemand die een kunstwerk maakt en dan, onafhankelijk daarvan, een volgend, maar iemand van wie elk nieuw werk zowel een voortzetting en een synthese van alle vorige als een duidelijke voorafspiegeling van alle toekomstige werken is. Hij is bovendien een kunstenaar die niet van cesuren en plotse wijzigingen houdt, maar iemand die ongestoord - in één rechte lijn - doorwerkt aan een consistent geheel. Zo moeten we ook zijn versie van L' rigine du Monde in de eerste plaats zien als een schakel die niet losgekoppeld kan worden van al zijn andere projecten en waarin al zijn karakteristieke motieven terug te vinden zijn. Welke die zijn en waarom ze de typische Verhaeghe uitmaken die we hier zien,

zal ik in deze korte inleiding proberen te schetsen.

 

Het eerste wat we zien als we deze ruimte binnenkomen, is een compositie, samengesteld uit een waterval van dia's op de ene muur en een aantal gesloten mapjes op de andere muur. Maar we zien ook meteen dat Verhaeghe met die oogstrelende, van alle franjes ontdane en daardoor bijna steriele ingreep de ruimte volledig naar zijn hand zet. De Speelmanskapel is simpelweg 'zijn' domein geworden en hij bakent daarmee meteen zijn zoveelste 'Restricted Art Zone' af. Daarmee geeft hij aan dat je zijn 'kunst' betreedt en dat al het andere rondom dat niet is.

 

Een kunstwerk van Jan is geen item voor de terloopse blik. Zijn werk kan dan wel heel mooi ogen, toch heeft het niets van doen met Kantiaanse schoonheid. Wel met de reacties en het inzicht dat het werk ons zal bieden, op voorwaarde dat we ons ermee engageren. Een werk van Verhaeghe betekent met andere woorden: 'werk aan de winkel'. Zo dwingt Verhaeghe je onmiddellijk om die dia's van nabij te bestuderen. Dia's zijn een in een onze tijd haast primitieve drager van fotografische beelden geworden.


Als beeld is de dia traag in tegenstelling tot de flitsende, vaak digitale en oppervlakkige beeldenstorm die voortdurend over ons heen raast. Dia's hebben bovendien de neiging om wat erop staat niet onmiddellijk te reveleren: een diabeeld dat niet geprojecteerd en uitvergroot wordt, zie je slechts heel moeilijk: je moet het al omhoog houden tegen het licht of het van heel dichtbij bekijken.Je moet dus een inspanning doen om het beeld te ontwaren.Verhaeghe speelt daarop in door ons van meet af aan de positie van voyeur - één van zijn gekende thematieken - aan te meten. We zullen inderdaad heel dichtbij moeten komen om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Maar hij misleidt ons, want een groot aantal dia's is blind en slechts hier en daar vind je een beeld waarop iets te zien is. Heel moeilijk in detail te vatten zien we toch duidelijk een vrouw in een nogal expliciete pose.

Tot we plots snappen dat we te midden van een PEEP-SHOW staan - nog één van Verhaeghes dada's - waarin iedere unstliefhebber het voorwerp van de 'peep' onmiddellijk herkent als een  remake van L'Origine du Monde.

 

L' Origine du Monde werd in 1866 door de Franse realist Gustave Courbet geschilderd en was in die tijd bijzonder provocerend.
Het is een haarscherp zicht op een vrouw die achterover leunt op een wit laken, de dijen gespreid, de toeschouwer een onbelemmerde blik gunnend op haar schaamlippen, die zich in het centrum van het werk bevinden. Hoofd, armen en benen ontbreken. Het is tegelijk seksueel en sensueel, uitdagend en confronterend.

 

Courbet was een echte provocateur die met zijn kunst de waarheid van zijn eigen tijd wou bloot-leggen en zo de politieke en sociale omwentelingen die heel de 19de eeuw kenmerken, wou bevechten. Op de barricaden staan is ook Jan Verhaeghe niet vreemd - zonder hem een soort eigentijdse variant van Courbet te durven noemen - want achter de tralies is hij immers nog niet beland, al scheelt het soms niet veel (cfr. zijn strijd tegen het kunstestablishment, i.c. zijn processen tegen het kunstenaarsduo Cannestraro-Depuydt, …).

 

In de 19de eeuw, maar ook vandaag nog is de hypocrisie wezenlijk en hangt als een nevel over ons; dat is wat Verhaeghe ons met zijn werk lijkt te willen zeggen: alles kan, zolang het maar verborgen blijft. Courbet veroordeelde de academische naakt-schilderkunst die in de 19de eeuw de officiële moraal volgde en een dubbel spel speelde. Terwijl de kunst op de mannelijke behoefte om naar een naakt vrouwenlichaam te kijken inspeelde, bood ze die tegelijkertijd een alibi. De man moest zijn voyeuristisch genot niet onder ogen zien, want de seksualiteit werd zorgvuldig verhuld. Een eerlijke, directe en openlijk seksuele voorstelling zoals'L'Origine du Monde' was uit den boze. In dit werk was elke hypocrisie verdwenen. De voorstelling wou de blik bevredigen en deed dit ook openlijk.

 

Nu is een dergelijke voorstelling uiteraard al lang geen taboe meer, laat staan dat ze de kijker confronteert met de eigen lust en seksualiteit – hij is intussen al wat anders gewoon. Verhaeghe gebruikt dit beeld en zijn historiek dan ook om iets heel anders aan te tonen: hij wil in het bijzonder de aard van de blik van de kijker ontmaskeren en misschien zelfs veroordelen. Hij draait het gezichtspunt om en maakt vanuit het werk zelf een analyse van ons gedrag en, dit in zijn uiterste consequentie doortrekkend, van onze tijd. De aandacht dient in VerhaeghesL'Origine du Monde bijgevolg in de eerste plaats te gaan  naar het onderliggende expressieve gebaar waarbij hij commentaar levert op de maatschappij.

 

Op een andere muur hangen enkele donkere, gesloten tekenmapjes. Ook die zijn een referentie aan de historiek van het oorspronkelijke werk. Het schilderij werd namelijk nooit aan het publiek getoond. Het was niet bedoeld om in welk discours dan ook te functioneren, integendeel. Het doek is ontstaan in een context van pornografie en heeft dan ook slechts een verborgen bestaan gekend. De eerste koper, een Turkse diplomaat, plaatste L'Origine du Monde achter een groen gordijn. Later diende een sneeuwlandschap als camouflage en vanaf 1955 was het in het bezit van niemand minder dan Jacques Lacan, die het met een meer abstracte, landschappelijke interpretatie van André Masson bedekte. Zo bleef het werk verborgen tot het in 1995 in de collectie van het Musée d'Orsay te Parijs werd opgenomen en voor het publiek toegankelijk werd.

 

Dit 'verbergen' gebruikt Verhaeghe alweer om ons te dwingen onze nieuwsgierigheid te bevredigen en de mapjes te willen openen. Nu laat Verhaeghe ons de beelden wèl in al hun scherpte zien en kunnen we verder ontdekken waarop hij aanstuurt.

Zo ontdekken. we gaandeweg dat hij niet alleen refereert aan het werk van Courbet, maar het witte laken vervangt door zwarte videotape waarmee soms allerlei vreemde dingen gebeuren en die duidelijk verwijst naar de hoogdagen van de pornofilm. Alleen is alles op die film, net als op het gros van de dia's, zwart. Nog maar eens een gekende Verhaeghe-thema. RIEN A VOIR.

Er is niets te zien, kunnen we niets zien of hebben we er gewoonweg niets mee te zien? Verder krijgen ook andere kunsthistorische referenties een gezicht: zoals 'Etant donnés' van Marcel Duchamp, die een nogal onrealistisch beeld van een vrouw in een eendere pose laat zien in een vat waarin twee kijkgaten zitten. Een vervreemdend, agressief beeld dat al in het begin van de twintigste eeuw de problematiek van de kijker als voyeur aan de kaak stelde. Maar we ontdekken ook de verschillende manifestaties van het beeld: enerzijds zien we een nogal smeuïge afbeelding, die verder doorgaat op Courbet, waarvan men zei dat hij de vrouw niet naakt afbeeldde, maar bloot. Anderzijds zien we ook en niet in het minst verwijzingen opduiken naar de werken van de Duits-Franse surrealist Hans Belmmer die poppen gebruikte die hij in allerlei seksuele poses fotografeerde.

Maar Verhaeghe wil duidelijk geen seksuele aantrekkingskracht meer uitlokken, doch net het omgekeerde. Daarmee staat hij op één lijn met Zoë Leonard, die vagina's demonstratief, maar ogenschijnlijk emotieloos in het centrum van haar foto's plaatst.

Zij stelt vragen als wie controle heeft over het vrouwelijke lichaam en over de beelden van vrouwen, maar ook welk doel de censuur dient op (homo)erotische thema's.

 

De modellen van Verhaeghe liggen bovendien te spelen met allerlei objecten die eerder in installaties van Verhaeghe gebruikt werden: schietlood, ring met adelaarslogo, stempels, enz ... Hij maakt van de vrouw een voorwerp met het statuut van die objecten. Zo zien we haar evolueren naar een cerebraal ding, dat dienstig is, slechts te beschouwen als een getuigenis en niet als essentie. Het krijgt stempels opgedrukt die ons duidelijk zeggen: dit is een Objèct dat gecensureerd wordt. Maar wat wordt hier precies gecensureerd? Porno en sexpoppen? Geeft Verhaeghe commentaar op het eerdere censureren van 'L'Origine du Monde' of wil hij onze blik censureren? Of wil hij misschien de censuur zelf censureren? Kan een object überhaupt worden gecensureerd of alleen een idee? Zo komen we bij de hamvraag: wat wil Verhaeghe nu eigenlijk zeggen? 't Ja. Mocht dat letterlijk uit te leggen zijn, dan zou het geen kunstwerk zijn. Wat probeer ik in deze tekst dan te doen? Nu ja: proberen uit te leggen dat een kunstwerk, en dus een werk van Verhaeghe, geen pamflet is, geen illustratie, geen commentaar. Het is simpelweg een kunstwerk, dat regels noch richtlijnen kent en nooit éénduidig is. Het staat ons vrij om ons tijdens het beschouwen allerlei vragen te stellen, en te blijven stellen, zoals bijvoorbeeld of het censureren misschien niet de echte origine du monde betreft, of l'origine de l'homme en de rol van allerlei cultussen en staatsvormen daarin. Verhaeghe dwingt ons eigenlijk betekenissen en relaties te zoeken in de objecten, waarvan het vrouwelijke model er slechts één is. De essentie van dit werk is en blijft de idee dat de wijze waarop Verhaeghe ons attendeert op wat hij toont, niet alleen onze visuele ervaring verdiept door dingen naar voren te halen die we voorheen niet hadden opgemerkt; maar dat hij ons tevens een zeker begrip geeft over de zware thema's die direct of indirect de toon van het werk bepalen. Zo krijgen we allerlei aanknopingspunten voor politieke en morele vraagstukken over macht - intolerantie - censuur - schijn en werkelijkheid en de mentale leefwereld van ons bewustzijn in dit verband. Maar zijn kunst heeft geenszins de bedoeling ons te verleiden tot het achterhalen van de waarheid over iets. Veeleer gaat ze ons verleiden na te denken. Daarmee wil Verhaeghe erover waken dat we niet blind en afgestompt op de wereld neerkijken. De kunstenaar wil ons ervoor behoeden dat we - hoe intens we ook kijken - de essentie niet zouden zien. Verhaeghe treedt dan ook op als de soort 'kunstenaarbemiddelaar' die we nodig hebben om het ruwe leven te verfijnen tot iets wat we kunnen bevatten.

 

We moeten dus besluiten met de bewering dat kunstwerken wel degelijk ideeën veranderen en reacties uitdiepen door onze aandacht te richten op gedragingen die we zelden opmerken en door ons de gevolgen te tonen van wat we voor normaal nemen.
Maar kunst blijft aftasten en ze berust op de overtuiging dat er niet, zoals sociale en politieke systemen het zouden willen, slechts één manier is om de werkelijkheid te benaderen. Precies daarom bakent Jan Verhaeghe zijn 'Restricted Art Zones' af, omdat hij weet dat daarbinnen de leidraad steeds zijn hoogst persoonlijke ervaring is. Soms laat hij in zijn hart kijken, soms sluit hij de dingen op, bijvoorbeeld in een eenzaam mapje aan een grote muur, dat met een grote lakzegel verzegeld werd en ongeopend blijft. 
Dat we dààr eens konden in 'peepen'!